Een recept dat van generatie op generatie wordt doorgegeven. Vaak vanuit de moeder op dochter. Dit traditionele recept is nu van overgrootmoeder, naar uiteindelijk kleinzoon (vierde generatie) overgedragen.
Mijn naam is Jozua Darma (DJ Jozua-D), vader van drie tieners en dit jaar 30 jaar getrouwd met Jessica Warsosemito. Op vierjarige leeftijd ben ik met mijn moeder en broertje naar Nederland gekomen. Mijn vader was al eerder vertrokken naar Nederland. Mijn jongste broertje is in Rotterdam geboren.
Waarom heb je voor dit recept gekozen?
Het recept is doorgegeven van mbahjut aan mijn oma. Mijn oma heeft het daarna aan mijn moeder doorgegeven. In mijn jeugd had ik niet zo veel interesse voor koken. Als oudste putuh werd ik veel verwend door mijn oma’s en tantes. Nadat ik ben gaan samenwonen kreeg ik interesse voor diverse recepten. Ik heb er wel een beetje mijn eigen draai aan gegeven met het kokoswater. Dit recept heb ik gekozen, omdat het mij doet denken aan midden Java (Boyolali). Traditioneel en authentiek van smaak. Mijn mbahjut komt hier oorspronkelijk vandaan ben ik recent achter gekomen via het Nationaal Archief.
Het recept heeft een rijke, volle en toch ook lichte smaak. Het smaakt anders dan de groene of roze dawet. Door het gebruik van gulah jawa heb je enerzijds minder suiker nodig en anderzijds voegt de gula jawa een gekarameliseerde smaak toe. Het toevoegen van kokoswater versterkt de lichtere smaak van de santen. Het pandanblad geeft het een aromatische, subtiele geur en smaak. Eenmaal geproefd, wil je alleen nog maar meer!
Wat zou je nog meer willen leren of weten van je oma?
Of oma nog andere drankrecepten weet van mbahjut en in welk straat en huis mbahjut geleefd heeft in Boyolali en of mbahjut nog andere familieleden had. Ik heb het geluk dat mijn oma nog leeft. Dus ik hoop dit jaar naar Suriname te kunnen gaan om zo veel mogelijk vast te leggen.
Het recept
Ingrediënten
Groene sliertjes (tjendol)
- 100 g rijstmeel
- 1 tl maïzena of sago
- 500 ml water (of 450 ml water + 75 ml pandansap)
- 1 tl pandanpasta (of extract voor kleur)
- Snufje zout
- 1 pandanblad (optioneel)
- Alternatief: kant-en-klare tjendolmix van Sruut
Gula djawa stroop
- 250 g gula djawa (palmsuiker)
- 250 g gula tebu (rietsuiker)
- 1 l water
- 4-5 pandanbladeren
Drankmix
- Gula djawa stroop (zie hierboven)
- 400-500 ml santen (kokosmelk, bijv. van Aroy-D)
- 2 liter kokoswater (bijv. Viva Quench, bevat geen toegevoegde suikers)
- 2 zakjes sliertjes degan (kelapa muda)
- Snufje zout
Bereidingswijze
- Sliertjes maken: meng het rijstmeel, maïzena, water, zout en pandanextract in een pan. Zet op laag vuur en blijf roeren tot een dikke, glanzende groene massa ontstaat.
- Vormen: zet een kom met ijswater klaar. Druk de hete massa direct door een cendol-zeef (of een vergiet met grote gaten) in het ijswater. Laat de sliertjes minimaal 15 minuten opstijven.
- Gula djawa stroop koken: kook op laag vuur de gula djawa en de gula tebu met water en pandanblad tot een stroopachtige consistentie. Laat het goed afkoelen.
- Drankmix: leng in een grote drinkemmer eerst de siroop aan met de santen. Verdun daarna met het kokoswater en een snufje zout. Goed roeren.
- Serveren: vul een hoog glas voor ongeveer driekwart met de drankmix, gevolgd door een paar lepels sliertjes degan. Vul aan met tjendol en ijsblokjes.


